|
molens van
Oostkerke
In
Oostkerke staan nog 2 molens: de dorpsmolen en, daar niet ver vandaan, de molen
bij het kasteel (Oude Molen of Molen Mengé). De
dorpsmolen van Oostkerke werd voor het eerst vermeld in 1336 en was
eigendom van de heren van Oostkerke. Latere vermeldingen: in 1459, 1481 en
in 1571 door Pourbus. Tijdens de 80-jarige oorlog (1568-1648)
werd hij vernield. Tegen het einde van de oorlog werd de houten
staakmolen herbouwd (in 1643 om precies te zijn). In 1875 brandde de molen
af.
Onmiddelijk
daarna werd de huidige stenen grondzeiler gebouwd op de terp waar de vorige
molen stond. Eén
molenijzer dateert nog van 1643 en in de molenkap staat het jaartal 1874.
Er ligt eveneens een gedenksteen ter nagedachtenis aan een dodelijk ongeluk dat zich hier in 1924
heeft voorgedaan toen het jonge molenaarszoontje gegrepen werd door één
van de draaiende wieken van de molen. Na deze gebeurtenis werd niet meer
met de molen gemalen. In 1960 werd er in het dorp een molencomité
opgericht dat de eerste herstellingen aan de molen deed en er mede voor zorgde
dat het gebouw in 1964 werd beschermd als monument. In 1970-73 liet de
nieuwe eigenaar (de heer De Craeke, die de molen in 1969 kocht) hem volledig
restaureren en een kleine 20 jaar later werd hij weer maalvaardig gemaakt.
Hij werd gebruikt voor het malen van koren. Let ook op het meerminnetje
dat boven op de kap staat; een verwijzing naar de "legende van de
meermin". De molen staat in de Eienbroekstraat 3, net buiten het centrum van
Oostkerke en is toegankelijk voor het publiek. Voor de
exacte openingsuren, neemt u het best contact op met de Dienst
Toerisme van Damme.
Tussen de (meer gekende) gerestaureerde dorpsmolen van Oostkerke en het kasteel van
Oostkerke staat er, half verborgen tussen bomen en struiken, nog een
molen. Als
je er niet op let, dan loop je er voorbij zonder hem gezien te hebben. Hij
is ouder dan de bekendere dorpsmolen, namelijk gebouwd in 1854, en diende
eveneens voor het malen van koren. Hij wordt de "Oude Molen"
of de "Molen Mengé" genoemd.
In
1886 werden er herstellingswerken aan uitgevoerd, maar 3 jaar later werkte
hij al niet meer en zou later ook nooit meer gebruikt worden voor zijn
oorspronkelijke doeleinden. In 1890 werden er de wieken afgehaald.
Tussen 1910 en 1930 werd het molenhuis door een zekere Louis Mengé bewoond, aan
wie de molen zijn naam te danken heeft. In 1937 kocht baron Joseph van der
Elst (de kasteelheer) de molen. Hij liet de deuren, ramen en het interieur
vernieuwen en op de bovenkant een betonnen platform gieten. Rond het
platform werd ook nog een ijzeren leuning geplaatst. Tijdens de tweede
Wereldoorlog zou de romp tijdelijk als woning hebben gediend. Het
molenhuis, de stallingen en de molenromp werden in 1944 vernield; enkel de
molenromp werd hersteld. Deze molen bevindt zich in de
zuidbroekstraat en behoort tot het domein van het kasteel
van Oostkerke. Deze molen is niet toegankelijk voor het
publiek.
Waar op de
kaart?
verwante pagina's: geschiedenis van
Oostkerke
andere molens: Schellemolen (Damme) / molen
van Hoeke / molens van Sijsele
naar: overzichtspagina / lijst
historische gebouwen
|