Belforten en stadhuizen weekend
Op
27 en 28 september organiseerde het Davidsfonds het belforten en stadhuizen
weekend. Stadhuizen en belforten uit Vlaanderen, maar ook uit Zeeuws- en
Frans-Vlaanderen zetten daarbij hun deuren open voor de vele
geïnteresseerden. Volgende plaatsen kwamen aan bod: Aalst, Antwerpen,
Belle, Dendermonde, Diksmuide, Dowaai, Eeklo, Gent, Herentals, Ieper, Kortrijk,
Leuven, Lier, Mechelen, Menen, Nieuwpoort, Oudenaarde, Roeselare, Sint-Truiden,
Sluis, Tielt, Tongeren, Veurne en Zoutleeuw. Een aantal van de
bovenstaande belforten zijn toegankelijk voor het publiek, maar niet
allemaal. Dit weekend boodt de mogelijkheid om ook die eens te
bezoeken. Het belfort van Brugge zat dus niet in het programma, maar die
kunt u natuurlijk ook zo bezoeken.
De
eerste belforten werden in de 12e eeuw gebouwd en zijn een vrijwel uniek Vlaams
bouwkundig begrip. Ze zijn tevens erkend als Werelderfgoed.
Belforten werden voor verschillende doeleinden gebruikt; het doel wijzigde wel
door de eeuwen heen. Voor de jonge gemeentes was de toren een teken van
hun onafhankelijkheid van hun leenheer; de keure van de stad werd er toen ook in
bewaard. Bovendien was het het laatste toevluchtsoord in geval van gevaar;
een beetje zoals de donjon van een kasteel. In de top werd ook de banklok
(of vrijheidsklok) gehangen; nog een symbool van de onafhankelijkheid van de
stad. Deze klok werd gebruikt om belangrijke evenementen aan te kondigen,
maar ook om de stedelingen te alarmeren in geval van gevaar (brand,
vijandelijkheden,...). Meestal hingen meerdere klokken in de toren; later
werden er velen uitgerust met een klokkenspel en een horloge. De toren
diende zo hoog en zo mooi mogelijk te zijn; ze was immers ook een teken van
welvaart van de stad. Tot in de 20e eeuw werden belforten gebouwd.
Ze hadden toen vooral nog een symbolische waarde en benadrukten de trotsheid en
onafhankelijkheid van een stad.
We
namen even een kijkje in Sluis en Eeklo, waar we er van een gids de nodige tekst
en uitleg bij kregen. Het belfort van Sluis is het enige van Nederland en
daar zijn de Sluizenaars met reden trots op. Het is aan het stadhuis
gebouwd en dateert uit de bloeiperiode van de stad (einde 14e eeuw). In
1944 werd het stadhuis en belfort (en eigenlijk de hele stad) verwoest door een
Canadees bombardement. Na de oorlog werd het gelukkig opnieuw in zijn oude
glorie hersteld. De toren is op drukke toeristische dagen toegankelijk
voor het publiek. Enige voorzichtigheid is wel geboden op de draaitrap die
je 32 meter boven de stad brengt; het uitzicht maakt de inspanning wel de moeite
waard.
Het
belfort van Eeklo is het jongste belfort en werd ingewijd in 1932 en is
opgedragen aan de gesneuvelden van de Eerste Wereldoorlog. Vanop de toren
heb je een wijds zicht op het Meetjesland. Ook de neo-gotische
Sint-Vincentiuskerk stond open voor het publiek.
Een leuke en leerrijke uitstap voor wie eens iets anders wil.
Meer info vind je op www.davidsfonds.be |