Lapscheure

Ongeveer duizend jaar geleden heette het dorp Lapiscura; in de 12e eeeuw was het Lappescura.  In de 13e eeuw: Lapscura; in de 14e en de 15e eeuw: Laepscure, ook nog Laepscuere; in de 16e eeuw: Laepschuere, en sedert de 17e eeuw: Lapscheure.  De naam verwijst naar een schuur, toebehorende aan een boer die Laepe heette.  In het jaar 1110 schonk Balderik, bisschop van Doornik, aan de abdij van St.-Quinten in Vermandiën, het patroonschap van de kerk van Oostkerke samen met de kapellen van Lappescure, Moerkerke, Wulpen in het eiland van Cadzand en Waescapelle.

In 1240 bouwde men een kerk, toegewijd aan de heilige Christianus, op de plaats waar eerst een kapel gestaan had.  Tijdens de 80-jarige oorlog staken de Sluisse rebellen in 1583 de dijken van het Zwin door, waardoor kerk en dorp vernield werden.  Hierdoor ontstonden kreken waarvan de bekendste het Lapscheurse Gat is.  Deze kreek vormt de grens tussen België en Nederland.  Langs de Blauwe Sluis (1746) stroomde tot in 1830 het oppervlaktewater in de kreek en verder naar het Zwin.

In 1652 werd de huidige kerk gebouwd, deels met nog bruikbare materialen van de vernielde kerk; zij is als enige in het bisdom Brugge toegewijd aan de Heilige Drievuldigheid, met als patroon: de Heilige Christianus (zoals van de vorige kerk).

Ook ten tijde van de 80-jarige oorlog (1568 - 1648) bevond Lapscheure zich letterlijk op de frontlinie tussen de Noordelijke en de Zuidelijke Nederlanden.  Dit verklaart dan ook het aantal forten in de onmiddelijke omgeving, waarvan het bekendste het fort Sint-Donaas was.  Andere waren het Frederikfort en fort Sint-Job.

Tijdens de Spaanse sucessieoorlog deelde het dorp opnieuw in de klappen.  In 1704 werd het dorp ingenomen door de Hollanders en in 1715 werd Lapscheure bij Nederland gevoegd.  Deze situatie is ondertussen 'rechtgezet'.

Op het grondgebied van Lapscheure, niet ver van de Damse Vaart staat nog steeds de oude steenoven, een stukje industriële geschiedenis, die in de vorige eeuw voor een flink stuk van de plaatselijke werkgelegenheid zorgde.  De mens neemt van de natuur, maar de natuur wint uiteindelijk toch.  In de kleiputten heersen nu niet meer de spaden van de kleidelvers, maar de fauna en flora.

Lapscheure is een landbouwdorp dat door zijn geïsoleerde ligging een oase van rust is en dit niet enkel voor de mensen, ook voor de dieren.  De overblijfselen van het Middeleeuwse krekengebied zijn hier nog duidelijk aanwezig, wat de nodige waterdieren en trekvogels aantrekt.  Op wandelafstand van de dorpskern ligt bovendien een reservaat.  Liefhebbers van vogels, amfibieën en waterwild, trek uw laarzen aan en hou die verrekijker in de aanslag en schuim de kreken af!  U kunt hier volop uw hartje ophalen; ieder seizoen brengt weer iets nieuws.

Wie graag fietst, moet de Zeedijk eens nemen.  Wie geen mountainbike heeft, neemt vanuit het dorp best de 
Groenendijk, wie er wel een heeft kan de hele dijk doen en op het einde van die weg de ruïne van de oude kerk van Lapscheure zien.  Langsheen de dijk hebt u niet alleen een prachtig zicht op de polders met schapen en vele vogels, maar u zult er ook verscheidene kleine en grote bunkers zien.  Neem de richting van de Damse Vaart en u passeert de Blauwe Sluis, en u kunt zichzelf de Vaart overzetten met het zelfbedieningsveer van Kobus (einde Moordenaarsstraatje; zie de kaart van Hoeke).  Eenmaal over de vaart, kunt u de restanten van het Fort Sint-Donaas zien.  Rij langs de vaart in zuidelijke richting en u komt in het vredige Hoeke uit.

Bezienswaardigheden: Kerk van Lapscheure en de ruïne van de eerste kerk van Lapscheure, Blauwe Sluis, Fort St.-Donaas, natuurreservaat de Platte Kreek, zelfbedieningsveer van Kobus, bunkers uit Wereldoorlog I.

naar: kaart van Lapscheure / overzichtskaart  
overzichtspagina

Met dank aan Guido Vermeersch voor tekst en uitleg